Baby in nood: trauma in de allervroegste hechting

Symbiose betekent samenleven met wederzijds voordeel voor beide partijen. Een symbiose vindt bijvoorbeeld plaats als een moeder en haar baby zich veilig aan elkaar kunnen hechten.

Helaas lukt het sommige moeders niet om fysiek en emotioneel beschikbaar te zijn voor haar baby, zodat haar baby zich niet aan haar kan hechten. De biologische verdedigingsprogramma’s van de pasgeboren baby signaleren dan direct gevaar voor de eigen overlevingskansen, omdat er onvoldoende warmte en veiligheid is bij de moeder (en vader). De verdedigingsmogelijkheden van de baby zijn heel beperkt; vechten en vluchten kan de baby niet want hij is veel te klein. De enige manier om te kunnen overleven is bevriezen. De baby zit dan vanaf de eerste ademteug al vast in overlevingsprogramma’s. Dit noemen we een hechtings- of symbiosetrauma. De baby raakt getraumatiseerd in de liefde door het niet op gang komen van een veilige hechting met zijn moeder. De baby voelt zich de hele tijd onveilig en dit geeft de baby onnoemelijk veel chronische stress. De metafoor, beeldspraak, van Arianne Struik, die ik hieronder uitgewerkt heb geeft daar bijzonder inzicht in:

Metafoor kacheltje

Ieder mens heeft een soort kacheltje in zijn hart, dat hem van binnenuit lekker warm houdt. Als het kacheltje brandt dan voel je je fijn en gelukkig. Je voelt je geliefd omdat mensen van je houden en dit tonen. Dit geeft zekerheid en zelfvertrouwen. Als een baby’tje geboren wordt dan brandt zijn kacheltje niet vanzelf. Zijn kacheltje moet worden aangestoken door zijn moeder. Zijn vader helpt zijn moeder mee om het kacheltje bij de baby goed te laten branden. Op deze manier zorgen de moeder en vader ervoor dat het een sterk kacheltje wordt. Bij sommige kinderen lukt het niet goed om het kacheltje aan te krijgen, of gaat het kacheltje steeds weer opnieuw uit. Meestal komt dit doordat de moeder ook geen sterk kacheltje heeft, of doordat de kachel bij de moeder helemaal uit is.

Als jouw kacheltje niet goed kan branden, dan komt dit omdat het jouw moeder niet goed lukt om jouw kacheltje aan te krijgen. Omdat ze haar eigen kachel ook niet goed brandende houdt. Dat is heel verdrietig voor jou en voor je moeder. Zij heeft het waarschijnlijk ook niet van haar moeder geleerd. Moeders bij wie het kacheltje niet goed brandt kiezen vaak een vader uit voor hun kind, bij wie het kacheltje ook niet goed brandt. De vader kan dan bij de geboorte van de nieuwe baby ook niet goed helpen. Jij kunt er dus niets aan doen dat jouw kacheltje niet of zo slecht brandt. Kinderen bij wie hun kacheltje niet goed aan is, voelen zich vaak ongelukkig en verdrietig. Ze hebben het gevoel dat niemand van ze houdt, of dat niemand hen lief vindt, omdat ze van binnen niet warm gemaakt worden. Ze krijgen dan een hekel aan zichzelf, of aan anderen, of ze zijn boos op hun ouders omdat ze zich zo koud en alleen voelen. Kinderen gaan dan op zoek naar oplossingen, omdat het niet houdbaar is om het zo koud te hebben en om zich zo alleen, verlaten en eenzaam te voelen.

  • Ze kunnen dan op zoek gaan naar andere volwassenen, in de hoop dat ze zich aan hun kacheltje kunnen opwarmen. Deze kinderen verdragen de kou en het alleen zijn niet en zoeken altijd een warm lijf op om bij te zijn.

  • Of kinderen bouwen een hele grote muur om hun hart heen, zodat ze niet meer hoeven voelen dat hun kacheltje niet brandt. Het is onverdraaglijk geworden dat ze het eigenlijk zo koud hebben gekregen en dat ze zich zo eenzaam, verlaten en ongelukkig voelen. Ze vinden het te pijnlijk om de warmte van de kachel van een volwassene te voelen, omdat dit hun laat ervaren dat het bij hun extra koud is geworden. Ze hebben dan het idee gekregen dat ze niemand nodig hebben en blijven liever alleen. Maar door de muur, die om hun hart heen is, kunnen ze geen echt plezier en blijdschap meer voelen. De beschermmuur, die hen zou moeten helpen, wordt noodlottig als de muur er voor zorgt dat niemand meer bij hun kacheltje kan komen om het alsnog een vlammetje te geven.
     

Er zijn ook kinderen die daarin afwisselen; soms een muur om de kou niet te voelen en soms een volwassene opzoeken om zich aan op te warmen.

We behoren allemaal een warm kacheltje te hebben dat ons van binnenuit warm houdt, zodat we ons geliefd voelen en we gezond en vitaal blijven.

Bronvermelding metafoor: Arianne Struik: Slapende honden? Wakker maken! Onder het menu-kopje 'In therapie' vind je meer informatie in de therapeutische verhalen. 

© 2019 Veronique van der Woude

  • Black LinkedIn Icon